Inspirerend chauvinistisch

Wijn die ruikt ‘zoals het in een ouderwets-goede groentewinkel ruikt die in het hoogtepunt van het seizoen is volgestouwd met exotisch fruit, groente en kruiden’, aldus de wijnmaker. Een neus vol was het inderdaad, herinner ik mij, al rook ik meer groente en kruiden dan exotisch fruit. Dit was geen ‘spoorlijnwijn’, geen makkelijk chardonnaytje, geen allemanswijn. We spreken 2004 en voor mij was deze witte wijn van De Linie in Made, de eerste Nederlandse wijn die ik proefde, een plezierige verrassing. Het was Diny Schouten die mij op de wijnmaker wees, in een van haar columns over de kwaliteit van ons eten en drinken voor Vrij Nederland, verzameld in Het spek van slager Blom (Bussum 2003). ‘We zijn zo rijk, maar waarom is ons eten dan zo armoedig?’, schrijft ze in haar nawoord. Om vervolgens de schuld bij zichzelf (onszelf) te zoeken: gebrek aan warenkennis, geen oog voor kwaliteit en dus doen we geen moeite.
Is er ook sprake van schuld, mijn schuld, dat ik weinig Nederlandse wijn heb gedronken? Gebrek aan warenkennis, geen oog voor kwaliteit, geen moeite willen doen? Een beetje wel. Gelukkig is er pas een boek verschenen dat het mij (en u) makkelijk maakt om die schuld in te lossen: Wijn van eigen bodem, door Mariëlla Beukers en Irene de Vette (Baarn 2015). Het is een inspirerend en vrolijk makend boek dat misschien niet heel diep gaat, maar daarvoor wel de volle breedte van de Nederlandse wijncultuur laat zien: wijnboeren, wijngaarden, wijntoerisme, wijnverkoop (waaronder in restaurants), wijn/spijs, adviezen voor de beginnende wijnboer en een bepaald niet obligaat hoofdstuk over de geschiedenis van de Nederlandse wijnbouw.

Le Coq Frisé, Epen

Rijpende druiven, Le Coq Frisé, Epen

Anno nu blijkt er meer wijnbouw onder Neerlands bleke zon te zijn dan ik voor mogelijk had gehouden, tot in Noord-Friesland en op Texel aan toe. Er blijken zelfs drie wijngaarden te zijn binnen een straal van 15 km van mijn huis. Wist ik niet. Waarom niet? Deels omdat ze nog maar net bestaan, deels omdat ze hun wijn (nog) niet/alleen ter plekke/alleen in die ene buurtbiowinkel verkopen. Je moet wel een beetje moeite willen doen.
En wat heb je dan in je glas, als het je toch gelukt is om ergens bij een leuk klein wijnboertje een fles op de kop te tikken? Over de kwaliteit van de wijn laten de auteurs zich niet erg uit, behalve in het algemeen: die is met sprongen vooruit gegaan. Niet alleen omdat er beter druivenmateriaal beschikbaar is dat het in ons klimaat goed doet (resistent tegen schimmels én smakelijk), maar ook omdat er bij de boeren meer kennis en ervaring is.
Maar waarom zouden we die moeite doen? Omdat, zo schrijven de auteurs, je ook lokaal vlees koopt, en kaas. En omdat de wijn lekker is. Proef zelf maar. Met dit boek in de hand, ga ik dat ook maar eens wat meer doen.

Share